SCÈNES
Jos Schuring

Herman van Veen wil geen tijd voor de dood hebben

29 aug 2017

‘Ha jongen’, zegt hij hartelijk ter begroeting. Herman van Veen, oogt ontspannen. Dat hij geen acteur of cabaretier is, zoals hij zelf al jarenlang beweert, blijkt opnieuw in dit gesprek. Van Veen is vooral authentiek. Nog steeds. 


Hij is 72 en onverminderd succesvol. Er zijn maar weinig artiesten die dat zo nadrukkelijk delen met hun publiek Op het Landgoed De Paltz in Soest is in het koetshuis een theatertechnicus aan het werk. We spreken elkaar op het bordes van de witte villa.

We kijken uit op een groene weide, omzoomd door statige beuken. Er wandelen oude stelletjes en ouders spelen met hun kinderen. De Paltz ademt een weldadige rust uit. Net als herman van Veen.

Vanaf 26 oktober staat hij zes weken in Carré.

'Iets meer dan de helft van het programma ligt vast. De rest hangt af van wat er gebeurt om me heen of in de wereld. Ik heb een liedje Breaking News. Wat zul jij zijn? Ben je een bericht? Zul je vrij zijn? Het is niet te voorspellen. Het begrip méditerranée heeft nu een andere lading dan toen Toon Hermans daar over zong.’ Van Veen heeft weinig tijd nodig om zijn woorden te vinden, maar praat niet eindeloos ongevraagd door zoals andere artiesten van zijn statuur wel eens doen. Hij wordt wel eens zweverig genoemd, maar toont zich de laatste jaren in het theater, maar ook nu vooral een ambachtsman.

‘Ik doe altijd oude en nieuwe liedjes. Het schrijven gaat altijd door. Het begint met tekst. Muziek is er altijd. Het ritme van de taal bepaalt wat je hoort. Ik schrijf met potlood want dan kan ik beter zien waar ik emotioneel gebleven was. De melodieën komen vrij makkelijk.’ Voor Carré zijn de soundchecks belangrijk, vertelt hij. ‘We beginnen dan om drie uur en bepalen dan samen wat we gaan doen. De musici weten precies waar de noten zitten. Ik voel me verwant met jazz vanwege de improvisaties maar vind ook dat we volksmuzikanten zijn. Ik ben geen acteur. Ik ben geen cabaretier. Vrijwel alles wat ik doe is autobiografisch, we vertellen ons leven.’

Au is stop

 Van Veen omringt zich graag met jong talent. ‘De gemiddelde leeftijd in de groep is dertig jaar, in Carré gaan we met een iets grotere groep spelen, ik denk acht muzikanten. Met drie strijkers unisono spelen is natuurlijk veel krachtiger, zeker in zo'n theater als Carré. We krijgen dan meer vaart, meer dynamiek.’ Vlak voor de zomer brak hij zijn pols. Een week later stond hij weer viool te spelen in het theater. Ik zag toen dat hij geen akkoorden aansloeg. ‘Het indrukken van de snaren deed te veel pijn. Au is stop. Ik word goed begeleid door mijn fysiotherapeut en weet zeker dat het snel goed komt. Ik ga nu ook opnieuw studeren op viool.’ Maar ooit komt er een dag… ‘Dat gebeurt niet. Ik wil geen tijd voor de dood hebben. Ik ben gezegend met een rijk genetisch gestel. Zonder dat was ik kansloos.’

Verzoeknummers

 Van Veen vindt het nog altijd geweldig om zijn publiek te ontmoeten. ‘Ze komen vaak in mijn kleedkamer, soms is het wat veel, maar ik geniet er enorm van. Dan staat daar een jonge vrouw met haar moeder en haar dochtertje en hoor ik dat ze zijn gekomen omdat haar overleden man zo genoot van de liedjes. Dus die mensen komen kijken voor de herinnering van een dierbare. Daar wil ik altijd tijd voor hebben. Als mensen je komen bedanken is dat geweldig. Dat zijn je vrienden.’ Van Veen heeft dan ook geen hekel aan verzoeknummers. ‘Soms hoor ik dat vlak voor een optreden, soms via de mail. ik doe dat graag. Ik snap artiesten niet die daar hun neus voor ophalen omdat het oud materiaal. Dat was je toen toch ook, denk ik dan. Je bent nu alleen maar ouder.’ Tijdens het optreden dat ik onlangs zag, vertelde hij dat ouder worden vanzelf gaat en dat het ook vanzelf weer over gaat. Maar dat geldt kennelijk niet voor hemzelf.

Ten afscheid zegt hij: ‘Blijf gezond’.



Jos Schuring