Vrienden
Tess Kamphorst
Marianne Timmer

Herman van Veen
"Ik kan niets anders zijn dan wie ik ben"

sept 2017

Al meer dan 50 jaar brengt hij door in het theater, maar Herman van sen (72) blijft voorlopig nog op de bhne staan. En dat niet alleen: zingt, schildert en zet zich in voor de rechten van het kind. Marianne Timnmer is benieuwd hoe hij in al die jaren is meegegroeid met nieuwe generaties, en steeds weer iets moois weet neer te zetten.


Marianne: 'Als ik zie hoeveel prachtige nummers je hebt geschreven, hoeveel voorstellingen, cd's en boeken er op je naam staan en waar je je allemaal voor inzet, dan ben ik ervan overtuigd dat je minstens 150 jaar moet zijn. Hoe doe je dat?'
Herman: 'Ik denk dat nieuwsgierigheid een hele belangrijke drijfveer is. Als ik een fascinerend boek lees, wil ik weten hoe de schrijver daarop is gekomen. Als ik iets heb meegemaakt, wil ik daarover vertellen. Het is net als in de sport. Je hebt bepaalde methodes, maar ineens ontdek je: verrek, als ik dit doe, ga ik nog harder. Daarna ontdek je weer iets, en weer iets, daar komt geen eind aan. Ik vertel mijn verhaal, en geef daar een andere wending aan. Doordat het autobiografisch is, is het levend: ik hoef niks te bedenken. Ik zing nu bijvoorbeeld over mijn kleinkinderen, of over mijn angst voor de dood; over dat ik niet wil dat er ooit een eind aan komt.'

Van het biljart naar het podium

Herman: 'Als kunstenaar heb je het geluk dat je een vorm kunt vinden voor wat je hebt meegemaakt. Een toneelstuk, een schilderij of een lied, dat heeft een therapeutische werking. Die tegenslagen zijn ook nodig in het leven. Zelf ben ik gescheiden, een drama vond ik dat. Het stond zo haaks op hoe ik was opgevoed. Ik dacht: ik trouw met haar en we leven nog lang en gelukkig. Als je midden in die scheiding zit, is dat een ramp, maar daarna begrijp je: die ervaring was een zegen. Nu, 30 jaar later, besef ik me dat ik nooit zo gelukkig zou zijn geweest zonder die ervaringen.' Marianne: 'Ervaringen die je graag wil delen met je medemens.'
Herman: 'Ik zing graag over de dingen die mij aan het hart gaan en geniet van het vertellen.'

Marianne: 'Was dat van jongs af aan al zo?'
Herman:
'Ik heb ergens het gevoel dat het toeval is, dat ik ook iets anders had kunnen zijn. Maar ik herinner me een specifieke gebeurtenis, een verjaardagfeestje van een meisje uit mijn klas. Haar ouders hadden een fietsenwinkel, en in de werkplaats werd het feestje georganiseerd. Iedereen mocht een liedje zingen voor de jarige, waarbij we op het biljart werden getild dat in die werkplaats stond. Ik zong Hier is onze fiere pinksterblom. Ik vond het zo mooi dat ik vroeg: 'mag ik nog een liedje zingen?' Dat is eigenlijk wat ik nu nog steeds doe.'

Paralellen

Marianne: 'Inmiddels ben je 72. Houd je het zingen en spelen nog steeds goed vol?'
Herman: 'Mijn voorstellingen duren 3 uur en ik speel er 140 per jaar. Ik heb blijkbaar formidabele longen: pure genetische mazzel. Ik kan er ongelooflijk van genieten om een noot goed te raken. Er zijn veel paralellen tussen wat wij zangers en jullie sporters doen. Een goede noot raken is als een goede bal raken. Een bocht afsnijden is als een logische overgang: je gaat voor de kortst mogelijke wissel. En het gaat bij allebei om de prestatie.'

Marianne: 'Alleen is de houdbaarheidsdatum van sporters korter.'
Herman: 'Dat is waar. Ik ging eens met Johan Cruijff naar een wedstrijd van Ajax. Johan was toen nog maar in de 50, maar een man zei tegen zijn zoontje: 'kijk, dat was Johan Cruijff.' Niet is, maar was. Dat is wel heftig hoor.' Marianne: 'Ik denk dat dat ook ligt aan de Nederlandse mentaliteit. In Duitsland staan degenen die iets belangrijks hebben gedaan in het verleden, vandaag de dag nog steeds hoog in het vaandel. In Nederland moet je je kop niet te veel boven het maaiveld uitsteken.'

Echo's in de muziek

Marianne: 'De culturele verschillen zijn soms zo groot, dat merk jij natuurlijk ook in je voorstellingen.' Herman: 'Als ik in Oostenrijk speel, dan leg ik de nadruk op de muziek, terwijl ik in Zwitserland juist meer een clown moet zijn. In Duitsland gaat het weer veel meer om de taal. Mensen vergeten heel vaak dat die culturele verschillen voor een groot deel worden bepaald door de natuurlijke omstandigheden waarin je leeft. In Oostenrijk, Zuid-Duitsland en Zwitserland barst het van de dalen; daar draait de wind. Als je naar de muziek van Mozart luistert, dan hr je die echo: tadadam, tadadam, tadadam, taa - tad- adam, tadadam, tadadam. Nederland is een klein landje, daarom hebben we ook zo veel verkleinwoorden. Een kopje koffie, een gezellig ommetje. Probeer dat maar eens te vertalen.'

Marianne: 'Het lijkt me lastig om in te spelen op die culturele behoeftes, en om je boodschap over te brengen in een andere taal.'
Herman: 'Het Nederlands is voor mij juist het moeilijkst, omdat ik in die taal de meeste keuzes heb. Van heel veel Franse of Engelse woorden ken ik de meer betekenis niet, wat het woord ook zou kunnen betekenen, waardoor je je ook niet aan een interpretatie waagt. Het spelen is dan makkelijker, omdat je minder keuze hebt.' Marianne: 'En toch moet je aardig flexibel kunnen zijn om je steeds per land aan te kunnen passen.'

Herman:
'Het gebeurt vanzelf. Onbewust hebben de omstandigheden invloed op je, waardoor je je aanpast in je communicatie. Zonder dat we het ons realiseren, wordt dat door het land ingegeven. Een wals kan toch alleen maar Oostenrijks zijn: mm ta ta, mm ta ta - je draait rondjes in dat dal.'

Marianne:
'Welke elementen hoor je terug in de Nederlandse muziek?'
Herman: 'Er is niet n wereldberoemde Nederlandse componist, maar wij hebben schilders. Nederlanders zijn echte kijkers, wij zien alles aankomen.'

Duiven, leverworst en inkt

Marianne: 'Zelf schilder je ook, je bent begonnen na de dood van je vader. Dat is totaal iets anders dan muziek en theater.' Herman: 'Het schilderen heeft te maken met wat ik het thuisgevoel noem. Ik heb 24 jaar op een zolderkamertje gewoond, naast een kamer waar een duivenmelker zijn duiven hield. Mijn hele jeugd heb ik duiven gehoord, en nog steeds word ik daar rustig van. Vroeger werd er bij ons thuis altijd leverworst bij de koffie aangeboden. Als je aan mij vraagt: 'jochie, wil jij een kopje koffie met een stukje leverworst?', dan denk ik dat ik toch wat sneller verliefd op je word dan wanneer je dat niet vraagt. Dat heeft te maken met dat thuisgevoel.'

Marianne:
'Als ik dat geweten had, had ik een stukje leverworst meegenomen!'
Herman:
'Mijn vader was typograaf, letterzetter en drukker. Zijn hele leven kwam hij thuis met papier: foto's, blaadjes, dingen die hij had gedrukt. Ik moest altijd eerst ruiken: 'lekker h, die inkt?' Hij was een hele gelukkige man. Soms maakte hij houtsnedes, en zat hij een hele zondag met stukjes hout een plaatje van het Binnenhof te plakken. Hij overleed uiteindelijk een paar maanden na mijn moeder. Ik mis die mensen fenomenaal. Je ontmoet niet zo veel mensen die z graag naar je willen luisteren als je ouders. Ik miste het dat zij zeiden: 'ah joh, je moet het niet zo belangrijk maken' als ik ergens tegenop zag. Mijn vader had een koffertje nagelaten met al zijn spullen. In eerste instantie wilde ik niet geconfronteerd worden met mijn verdriet, maar op een gegeven moment ben ik toch naar zolder gegaan. Toen ik daar zat, keek ik naar mijn handen en dacht ik: fuck, dat zijn de handen van mijn vader. Ik vroeg me af: wat zouden deze handen doen als ze van mijn vader waren? En toen ben ik gaan schilderen.'

Brigitte & Juliana

Herman: 'Als ik schilder, komen herinneringen makkelijker binnen. Op de een of andere manier ga ik helemaal open. Dat heb ik als ik op het toneel sta, en dat heb ik als ik schilder.'

Marianne: 'Je werk is heel divers.'
Herman: 'Dat doek daar links, dat heet Brigitte Bardot. Je moet maar niet vragen wat dat is.' Marianne: 'Prachtige vrouw, vroeger.' Herman: 'Een prachtige vrouw, en een jongeman die nog niet oud genoeg is om haar te beminnen. Ik was als jongeman hartstikke verliefd op haar en het resultaat is wat ik heb geschilderd: ik kwam zeg maar klaar op Brigitte Bardot. Ik vraag altijd aan mensen: wilt u dit echt weten? En dan is het hun eigen schuld. Als mensen naar het theater komen: idem dito. Zij kopen een kaartje om een hele intieme meneer te horen zingen over hoogstpersoonlijke dingen.
Die twee doeken die daar hangen, heb ik gemaakt voor onze oude koningin Juliana. Tijdens de Koude Oorlog heeft ze een speech gehouden voor het Amerikaanse congres waarin ze pleitte voor een Pax Atlantica. Zij zag het water niet als een scheiding, maar als een verbindend element tussen de continenten. Ze was pacifiste, maar werd er voornamelijk om uitgelachen in die tijd waarin vrede werd afgedwongen door het doemscenario van de bom. Deze schilderijen heb ik voor haar gemaakt, en laat zo zien dat het blauw, het water, uiteindelijk zal winnen.'

Marianne: 'Heb je Juliana ooit ontmoet?'
Herman: 'Haar dochter Irene en ik zijn echt als broer en zus. Irene woonde op Soestdijk en ik was daar vaak. Het was dus onvermijdelijk dat ik af en toe een kievitseitje met haar moeder at. Een ongelooflijk intelligente en lieve vrouw vond ik haar. Juliana was heel progressief, een visionair. Moet je trouwens nagaan: het vak van haar kleinzoon, onze koning, is watermanagement. Hoe mooi is dat?'

Verloren en gevonden vrienden


'Jij en Irene hebben een lange, hechte vriendschap. Wat zijn echte vrienden voor jou?'
Herman: 'Ik heb geleerd dat iemand die je net een uur kent, ook een echte vriend kan zijn. Je kunt in een kroeg zitten, een van je beste vrienden ontmoeten en die vervolgens nooit meer zien. Het gaat om een klik tussen wezens. Voor mij is vriendschap vooral de aanvaarding door de ander van wie je bent, zonder daar gezeik over te hebben. Ik heb niet heel veel vrienden, maar de vrienden die ik heb, zijn fantastisch. Niet omdat ze iets doen, maar omdat ze iets zijn wat mij bevalt.'

Marianne: 'Zo was er ook Erik van der Wurff, die voor jou componeerde en je begeleidde op de piano.'
Herman: 'Vanaf mijn zeventiende heb ik met hem samen gespeeld. Tot mijn schrik ben ik al veel vrienden kwijtgeraakt, zoals Alois Kurzmann met wie ik jarenlang een tijdschrift over kunst en cultuur in Duitsland heb uitgegeven. Harald Siepermann, de tekenaar van Alfred Jodocus Kwak, is overleden aan longkanker. Ik ben veel maten kwijt, maar tegelijkertijd komen er ook telkens weer nieuwe vrienden bij. Dat vind ik een zegen hoor, want je kunt het niet alleen.'

Verbod op ontevredenheid

Marianne: 'Het idee van Alfred J. Kwak ontstond nadat je met de auto een eend had overreden en je de volgende dag een moedereend met kuikens door je tuin zag lopen.'
Herman: 'Het eerste oeroude sprookje van Alfred was een eerbetoon aan een dooie eend.'

Marianne: 'En moet je eens zien hoe groot het nu is geworden.'
Herman: 'Het eendje waggelt wereldwijd. Het is echt een geesteskind. Ik heb 62 verhalen over Alfred J. Kwak geschreven, en in elk verhaal zit een verborgen boodschap over de rechten van het kind. Recht op onderwijs, recht op gezondheidszorg, recht op veiligheid. Er zijn zo'n 54 rechten die ieder kind zou moeten hebben. Ik vind het ongelooflijk belangrijk dat kinderen dat weten. We zijn altijd bezig met grote mensen, maar het zijn juist de kinderen die vertegenwoordigd zouden moeten worden. Als volwassenen zouden we borg moeten staan voor de rechten van het kind, maar dat doen we niet genoeg omdat er zo veel economische, politieke en religieuze belangen zijn die groter worden geacht dan de belangen van een kind. Als vrede echt je doel is, kun je dat vooral ook, en ik denk uiteindelijk alleen, bereiken door kinderen hun rechten te geven.' Marianne: 'Wat dat betreft is het goed om je zo af en toe te realiseren wat voor moois je in je eigen leven hebt. Jij kreeg van je ouders zelfs een soort verbod op ontevredenheid mee.' Herman: 'Mijn ouders hadden de grootst mogelijke ellende meegemaakt die je als mens kunt mee maken: die rotoorlog. Als je na de oorlog als kind zeurde, dan kreeg je al die clichs naar je hoofd geslingerd. Als kind kon je niet ontevreden zijn, want je ouders hadden de apocalyps meegemaakt. Nou, dan bijt je wel op je tong.'

Alles willen weten

Marianne: 'Je staat inmiddels al jaren op de planken. Twijfel je nog weleens aan jezelf?'
Herman: 'Natuurlijk. Ik loop bijvoorbeeld niet gemakkelijk het toneel op.'
Marianne:
'Nog steeds niet? Dus dat is niet veranderd ten opzichte van het begin?'
Herman: 'Nee, maar dat heb ik nu wel opgelost door al achter het doek te gaan staan voordat het opengaat. Ik vind het een heel lastig loopje, van de coulissen naar de microfoon. Kijkje de mensen aan, loop je met gebogen hoofd? Dus als het doek nu opengaat, dan sta ik er al. Vanwege die spanning en onzekerheid, het niet kunnen controleren van dat loopje.'

Marianne: 'Houd je graag de touwtjes in handen?' Herman: 'Ik moet alles weten en houd me met alles bezig: het geluid, het licht, de akoestiek. Alles heeft namelijk betekenis, en zeker op het toneel. Naarmate je ouder wordt, krijg je daar meer besef van. Ik vind het almaar leuker, en tegelijkertijd moeilijker. Soms overzing ik mezelf nog weleens als ik onzeker ben. Ik weet dat ik dan minder effectief ben, maar tegelijkertijd is het ook zoals het is. Als het even niet lukt, dan zeg ik: 'sorry jongens, maar het schiet even niet op.' Je kan beter zeggen hoe het is, dan doen alsof. Laat het dan maar minder effectief zijn, als je maar wel jezelf bent. Ik kan niets anders zijn dan wie ik ben.' ?


Herman van Veen is vanaf mei 2017 tot dec 2018 weer te zien in de Nederlandse theaters en speelt dit jaar van 26 oktt/m 10 dec in het Koninklijk Theater Carr. Zijn nieuwe cd Vallen of springen verschijnt in september dit jaar.



Tess Kamphorst en Marianne Timmer