TROUW
Annemieke Lenssinck

"Ik hoop zo oud te worden dat ik niet meer interessant ben voor de dood"

20 sept 2014



Van alle levenslessen die Herman van Veen meekreeg kwam de belangrijkste van zijn vader: kun je iets voor iemand doen, dan moet je het niet laten. "Hij liet mij zien dat het zonder elkaar niet kan".



Les 1

Ontdek of het is zoals je denkt

"Judith Herzberg schreef in een prachtig, waar-heidsgetrouw gedicht: 'het duurt altijd langer dan je denkt, ook als je denkt, het zal wel langer duren dan ik denk, dan duurt het toch nog langer dan je denkt'. Zo ervaar ik het ook. Je denkt iemand te kennen en dan ineens manifesteert zich een hoekje van diegene waarvan je denkt: hoe is het mogelijk. Dat wist ik helemaal niet over jou. Mens, wat mooi! Edith Leerkes is al ruim vijftien jaar mijn vaste gitariste. Blijkt zomaar opeens dat ze prachtig kan zingen. Toen we daarover verder praatten, werd duidelijk dat ze altijd heeft willen zingen. Alleen is dat verlangen op de een of andere manier nooit door iemand bevestigd. Nu heeft ze een cd gemaakt, waarop ze niet alleen gitaar speelt maar ook zingt. Ik probeer voortdurend van alles de essentie te pakken te krijgen, het wezen. Ik wil de dingen begrijpen. Dan komt er vanzelf een nieuwe vraag. Nelson Mandela heeft ooit uitgelegd wat trommelen betekent voor Afrikanen: moeder aarde bedanken voor jouw hartenklop. Toen het ANC mij uitnodigde om voor hem op te treden, heb ik dus getrommeld. Dat werd niet begrepen. In de krant stond: hoezo trommelde hij? De man is zanger. Bij het WK-voetbal zaten de Colombianen op de tribune te wapperen met hun handen. Mensen weten niet waarom en daarom vinden ze het raar, maar dat is het niet. Het is anders. Indianen klappen niet omdat ze ervan overtuigd zijn dat ze daarmee de geesten in hun handen doodslaan. Is dat niet bijzonder? Dat er zo veel te ontdekken valt, is elke dag een reden om op te staan. Ik ervaar nieuwsgieigheid, fascinatie en geluk. Dat blijft mij drijven. Zo wil ik heel lang voortzingen. Ik hoop zo oud te worden dat ik als het ware niet meer interessant ben voor de dood. Dat hij me overslaat."

Les 2

Zie wie iemand is

"In wijk C in Utrecht woonde een jongen van een jaar of zestien die in de bouw werkte. Hij ter liep hij in een wit onderhemd, zodat je zijn gespierde bovenarmen goed kon zien. Hij zong altijd. Je hoorde hem aan komen zingen. Ik wilde die jongen wel zijn. Dus nam ik datelfde stoere loopje aan, en floot en zong ik net zo hard als hij. Juffrouw Bos, de zanglerares op de lagere school, heeft mij horen zingen. Ik weet het niet zeker, maar ik denk dat zij het schoolhoofd op mij heeft gewezen. Die jongen, besloten zij, moet iets met muziek, een instrument leren bespelen. Op een dag kwam het schoolhoofd de klas in. Kom jij eens mee, jongen, zei hij, dat gefluit van jou, dat moet afgelopen zijn, ga hier maar eens op fluiten. Hij gaf me een viool. Die had hij voor mij geregeld, bij een internist. Een muziekinstrument leren bespelen dat zat bij ons thuis niet in de portemonnee. Mijn vader werkte overuren om de vioollessen te kunnen betalen. Juffrouw Doornekamp was mijn vioollerares. Ze woonde in een deftig huis. Dankzij haar maakte ik kennis met klassieke muziek, met boeken en musea. Bij het begin van de les praatten we even, een kopje thee erbij. Ze zat altijd vol vragen. Vertel eens Herman, waar ben je mee bezig? Gaat het goed op school? Hoe is het met je moeder, en met je zusjes? Ik was gek op die vrouw. Ik oefende vooral voor haar. Als ik iets voorspeelde, zei ze soms: je jokt, h? Je speelt niet wat er staat. Ze organiseerde ook ensembles. Dan mocht ik met andere jongens en meisjes spelen in een strijkkwartet. Dan zei ze: als je Nelleke niet goed of fout."

Les 3

Een beetje helpen kan geen kwaad

"Mijn vader had kunstenaar willen worden. De oorlog trok een fenomenale streep door zijn toekomstplannen. Steeds als de geallieerden een grote stap zetten en het vrede leek te worden, dan zeiden mijn ouders tegen elkaar: laten we een kindje maken. Ik was de laatste van drie - het D-Day-kind. Er moest brood op de plank. Mijn vader werkte hard. Hij had een sterk sociaal besef, was actief in de vakbond en in de politiek. Mij wees hij er heel nadrukkelijk op dat het zonder elkaar niet kan. Niet zozeer door het te zeggen, maar door te doen. Hij nam me mee naar vergaderingen van de grafische bond. Daar ging het over het uitbetalen van overuren, over dat er licht en ventilatie moest komen in die donkere, van giftige dampen doortrokken fabriek, en zeep, zodat de mannen de inkt van hun handen konden wassen. Direct na de oorlog was er weinig en slecht eten. Dankzij de voedselhulp van de geallieerden ging ik niet dood, maar ik had als jongetje een zwakke gezondheid. Toen ik 8 was, kreeg ik zware nierbloedingen. De verpleegsters en de dokter in het Diakonessenhuis hebben mij het leven gered. Daar heeft mijn vader mij vaak aan herinnerd. Zonder de geallieerden en de Diakonessen, zei hij, was het nu aanzienlijk slechter met je gegaan. Mijn moeder was de EHBO van de straat. Als een kerel bezopen was, droeg ze de man op om drie glazen water te drinken. Ze zei: zat zijn betekent niet dat je je vrouw mag slaan. Ik was getuige van sociaal gedrag. Ze deden wat, mijn ouders."

Les 4

Je bent niet machteloos

"In de krant stond een oproep aan jonge mensen om zich aan te sluiten bij een initiatief van de Verenigde Naties: Unicef. Ik was een jaar of 17 en heb me direct aangemeld. De hele wereld heeft in 1989 de 54 rechten van het kind onderschreven: recht op vrede, een dak boven het hoofd, op onderwijs, op gezondheids-zorg en zo verder. Die rechten zijn essentieel, ze zijn mijns inziens het antwoord op de meeste problemen. Door ze na te leven kunnen we de wereld radicaal veranderen. Zo lang dat niet gebeurt heeft de wereld geen schijn van kans. Ik ken alle mitsen en maren wel, maar ik wt gewoon dat het werkt. Dat is geen optimisme, dat is realisme, ik heb het zelf heb gezien. Ik heb gezien hoe mijn vader met knokken dat stukje zeep in de fabriek kreeg. Ik weet dat ik er niet meer was geweest zonder die arts, zonder die medemens in het Diakonessenhuis. Ik heb een vriend die arts is in Zuid-Afrika. Hugo Tempelman heet hij. Hugo zei: een aanstaande moeder met aids hoeft haar baby niet te besmetten. Zijn onderzoek naar de preventie en behandeling van hiv-infecties heeft ons overtuigd. We hebben hem gesteund met onze stichting. Nu worden heel veel baby's hiv-vrij geboren. Het is eigenlijk heel simpel: er zijn heel nare en heel lieve mensen. De kunst is om de lieve mensen voor te stellen aan de nare mensen. Tegen de politici en de bazen moeten we zeggen: als jullie elkaar op de smoel willen slaan, zoek dan samen een veldje op, maar laat de kinderen met rust."

Les 5

Geluk is het besef van een herinnering

"Mijn vader had een volkstuintje. Het land, noemde hij dat, en de schuur: het Muiderslot. Ome Frans zei: welk land, bedoel je deze postzegel? Waarop mijn vader zei: het is wellicht niet groot, maar weet je wel hoe hg het hier is? In wezen ben ik niet veranderd. Ik heb wel veel ervaren. De straat in Utrecht waar ik heb gewoond is gekrompen. Als ik die straat uitliep was ik al bijna bij de weilanden. Nu staan daar flats. Ons huis was groot, en hoog en breed. Het is nu precies 74 keer kleiner. In het badhuis waar ik elke zaterdag met mijn vader naartoe ging, is tegenwoordig een restaurant gevestigd. Het is niet meer wat het was en daarom heeft het geen zin om terug te gaan."

Les 6

Vind vreugde in de kunst

"Op de een of andere manier heeft mijn vader zijn dood voorzien, al dan niet bewust. Hij heeft op een dag al zijn waardevolle spullen verzameld en in een grammofoonkoffer gedaan. Zijn horloges, diploma's, paspoort, dingen uit het verzet. Allemaal voor mij. Een paar maanden na zijn dood heb ik die koffer opengemaakt. Ik zag wat erin zat, maar nog meer zag ik mijn handen. En ik schrok toen ik ontdekte hoe mijn handen op die mijn vader lijen. Toen dacht ik: stel nu dat jullie de handen van mijn vader zouden zijn, wat zouden jullie dan doen? Die maandag ben ik vroeg opgestaan en naar de winkel gegaan om verf, kwasten en doek te kopen. Mijn vader heeft me altijd gewezen op kunst, op evenwicht, op alles wat mooi was. Als ik schilder is er altijd de herinnering aan dat beginmoment, toen ik in die koffer keek. Dan ben ik dichter bij mijn ouders dan waar of wanneer ook. Dan is er een tijdloze verbinding. Schilderen is heel meditatief, net als vioolspelen en zingen. Het lijkt wel alsof je in een ander tijdsbesef bezig bent. Ongelooflijk aangenaam is dat. In een andante is geen haast, in een allegro bestaat geen stress. Je bevindt jein een vrije, andere wereld. Daar is het goed toeven. Muziek maken brengt me innerlijke vrede. Ik word er ongelooflijk gelukkig van. Ho meer ik zulke momenten ervaar, hoe meer ik aankan. Die vreugde, vrijheid en vrede is om te delen. Op landgoed De Paltz in Soest ben ik met Edith Leerkes het Herman van Veen Arts Center begonnen. Een plek waar cultuur en natuur, jonge kunstenaars en hun publiek samenkomen. Ik vind het een mooie gedachte dat mensen op deze plek genieten en tot rust komen. Dat ze kunnen denken: de krant van vandaag, die kan ik wel weer aan."