Leeuwarder Courant
SYTSE JAN VAN DER MOLEN

Volle Harmoniezaal bij "Pijnshow"

Herman van Veen met veel nieuws en moois

25 oktober 1976

LEEFWARDEN — Je weet eigenlijk nooit wat je aan Herman van Veen en de datering van zijn programma's hebt. De vorige keer moest ik schijven: ; „weinig nieuws, veel moois". Nu — zaterdag- en zondagavond in een volle Harmonie — kon er met recht worden getuigd: „veel nieuws, veel moois". En dan denk je, dat de formule „Herman van Veen en andermans in de pijn- show" (zoals dit nieuwe programma (wat gewild heet) wel gloednieuw zal zijn. Maar bij nabladeren in het Harle- kijn-boek „Dinges" dat al in 1974 werd uitgegeven, tref je dan op de laatste bladzijde onder een gedichtje van vijf regels ineens zomaar het woord „pijn- show" aan. Maar dat versje heb ik nou weer niet gehoord, gisteravond. Wel een paar vriendelijke ouwe koetjes ontmoet uit de boerensloot te Westbroek (Utrecht), waarvan de eerste maten van het platensucces „Ik hou van jou" met applaus werden begroet. En ook het wagentje aan het slot met die rook over het podium was bekend, maar er kwam nu wel een heel andere tekst uit.


Er was dit keer geen programmaboekje en in de zaal scheen uiteraard doorgaans zo weinig licht, dat het schrijven-op-de-tast geblazen was. Dat maakt het geven van details wel erg moeilijk en misschien is het dan ook het beste om dadelijk maar te proberen met een paar woorden deze nieuwe show van enkele etiketjes te voorzien. Wel, zo we het al niet wisten, Herman van Veen bleek ook nu weer een grootmeester in de s kleinkunst, met een bonte mengeling van dwaze kolder en diepe ernst, een kruising van clown en. filosoof, een fluisteraar en een keelopzetter, een lenige danser en een vreemde snijboon, die zingt met een. lampekap op, een dichter en een speelman, een invaller en een uitvaller, een opposant en een fantast.

Voeg daarbij zijn voortreffelijke| combo met een serie prachtige solo- nummers, een waar gegoochel met licht en geluid — zelfs met echo's — en het recept voor een heel bijzondere avond is geschreven. Bijna nooit was er sprake van een misser, op zijn hoogst van een misverstaander, want niet altijd deed Herman van Veen moeite om zich duidelijk verstaanbaar te maken: dan vallen woorden of opmerkingen bijna achteloos en als alleen voor zichzelf bedoeld uit de luidspreker, die dan niet luid genoeg luidspreekt. Soms ook treft, het schot geen doel, maar dat ligt dan doorgaans niet aan de schutter, maar aan het massale doelwit, dat het allemaal niet zo gauw begrijpt.

Want één ding is zeker: zo'n „Pijnshow" is een zaak van meeluisteren en meeleven en dan nog sta ja soms voor een verrassing. Neem nu die uitnodiging om mee te stampen op een pittig marsrytme. Lekker keet schoppen? Natuurlijk, maar dan komt wel als harde pointe op dit gedreun als van een naderend leger: „Dat geluid horen ze in Zuid-Afrika ook. Maar daar kunnen ze die dans niet meer ontspringen!" Van Veen nam trouwens meermalen stelling, zo met zijn constatering: „het geld stroomt naar magnaten en het Vaticaan"; zijn mededeling dat twee verschillende soorten specialisten alle beide „grote problemen met het Ziekenfonds hebben" en zijn even gek als rake experimenten met de „Gelukkig yourself movement". Daarin manifesteerde zich vanuit de kolder een forse trap in. de richting van de ons uit de Verenigde Staten benaderende geestelijke (kwak)zalvers en hun tomeloze bekeringsdrift.

Niet duidelijk te determineren, maar wel uitermate dreigend was de aanblik van het meer dan eenmaal op het podium verschijnende personeel van de combo, gekleed en zich gedragend als een Maffia-bende, een ClA-samenzwering, een grimmige lijfwacht rondom „de president", wiens mimische propaganda orkanen van applaus uit alle luidsprekers in de zaal verwekte: een waarlijk beklemmende scène. Niet minder diep groef het gesproken chanson over de dood met een opsomming van de vele mogelijkheden om dood te gaan (Maak van de nood een dood en vanavond met speciaal zondagavondvoordeel!
Ze zeggen, dat God ook al dood is. Ben je bang voor de dood? Je gaat toch en het is.... doodeenvoudig), uitmondend in een soort middeleeuwse dodendans op knerpende vioolmuziek. Een nummer als een dolk. In de nabijheid van dit chanson lag ook het ontroerende lied „Weerzien", met die alleszeggende strofe: „ik lees op je gezicht de regels van het gesticht."

Het pleit voor de warmte en de waarheid van Herman van Veens grote kleine kunst, dat je na zo'n avond met de kolder eigenlijk veel gauwer klaar bent. De humor school bijvoorbeeld in zijn Utrechts dialect (het lelijkste van Nederland zoals men kon horen.), het rytmisch bespelen van eigen mondholte en hoofd vóór de pauze in de in alle toonaarden, tempi en sterkte ten beste ; gegeven analyse van de naam Leeu- warden-dun („stom hè"?). In allerlei koddige mimiek en groteske zotteklap. waarbij af en toe ook zijn fenomenale musici best een vrolijk handje wilden helpen. Een paar grove toespelingen. van sexuele aard mochten dan succes hebben, in wezen was daarbij geen sprake van taboe-bestrijding (is die nu nog actueel?) maar van infantilisme, dat in zo'n intelligent en poëtisch, programma bepaald een vergissing moet heten.

In elk geval helaas een platvloers trekje en in deze Pijnshow nogal pijnlijk.



SYTSE JAN VAN DER MOLEN