de Volkskrant
Patrick v d Hanenberg

Herman van Veens liedtekstenman

Goede zin

21 nov 2014

Liedtekstschrijver Rob Chrispijn viert zijn 70ste verjaardag met de voorstelling Het Volle Leven. Voor V koos hij zijn favoriete liedteksten en legt hij uit waarom ze zo sterk zijn.


Rob Chrispijn (Wenen, 1944) schrijft met de ogen van een fotograaf, het beroep dat hij beoefende voordat hij eind jaren zestig een van de vaste liedtekstschrijvers werd van Herman van Veen. 'Ik denk in beeldcomposities.' Maandag 24 november viert Chrispijn zijn 70ste verjaardag met de voorstelling Het Volle Leven in de theaterzaal van de Openbare Bibliotheek Amsterdam. Naast Van Veen treden ook andere afnemers van zijn teksten op, zoals Hans Dorrestijn, Peter Faber en Angela Groothuizen. Op die avond wordt tevens het nieuwe boek van Chrispijn gepresenteerd met columns die hij de afgelopen vier jaar schreef voor het wekelijkse cabaret-radioprogramma Andermans Veren en Het Klokhuis. Voor V licht hij zijn eigen Top 5 toe van beste zinnen uit zijn liedtekstrepertoire. Het Volle Leven, met Rob Chrispijn, Herman van Veen, Harry Sacksioni, Hans Dorrestijn e.a., 24/11, Openbare Bibliotheek Amsterdam.

Rob Chrispijn: Het Volle Leven. Radiocolumns en andere teksten. Uitgave van Theaterproducties Jan Willemsen

Geen lied voor Wim Kan

Wim Kan was diep geraakt toen hij het lied Jacob Olie hoorde in een voorstelling van Herman van Veen: 'Vroeger vocht hij voor de vrede/ in een ver en vochtig land/ schoot hij dertig man aan stukken/ en stak daarna het dorp in brand.' Kan wilde ook graag zo'n lied over Nederlands-lndiŽ, waaraan hij zulke nare herinneringen had. Chrispijn antwoordde dat hij erover zou nadenken, maar wist meteen: dat ga ik echt niet doen, want ik heb dat onderwerp nou al behandeld. Later heeft hij behoorlijk spijt gehad dat hij zo arrogant een opdracht van 'de grote Kan' naast zich heeft neergelegd.


Stormvloedkering

Muziek Harry Bannink

Uitgevoerd door Remko Vrijdag, Rob Chrispijn



Ik speelde met mijn zoon van tien
op het strand van Zandvoort.
Hij vroeg me: pap wat is het lot?
Ik gaf hem toen als antwoord:
Het lot is watje overkomt,
de dingen die gebeuren,
de zee die glad en rimpelloos
je plotseling mee kan sleuren.

'Dit is het laatste nummer van Harry Bannink. Een week nadat hij dit heeft gecomponeerd, ging hij dood. Ik heb veel geschreven voor Hel Klokhuis. Je kreeg gewoon een onderwerp open mensen als Joost Prinsen en Aart Staartjes vonden het niet erg als het zo nu en dan gedeeltelijk over de hoofden van de kinderen ging. Konden ze mooi op hun tenen staan. De uitzending ging over de nieuwe stormvloedkering bij Rotterdam. Anderhalf miljard gulden en net zo groot als twee Eiffeltorens op z'n kant. Ik heb het begrip stormvloedkering heel breed getrokken en bedacht dat dammen en sluizen het persoonlijke leed niet kunnen tegenhouden. Dat leed is klein voor de wereld, maar te groot voor de mensen die het betreft. Ik had het eerste couplet heel snel klaar en was zeer tevreden. Maar toen dacht ik: gatverdamme, dat jochie moet in het tweede couplet dood. Ik heb nog geprobeerd er een andere wending aan te geven maar dat werd te vrijblijvend en te slap."




Kletsnatte clowns (1974)

Muziek Herman van Veen en Erik van der Wurff
Uitgevoerd door Herman van Veen

Het leed gaat keurig aangekleed over straat
en in de tram, en ondertussen valt de regen.
Kinderen soppen hun kaplaarzen lekker in
iedere plas
En moeders die klagen en vegen hun kinderen
schoon aan het gras.

'Deze tekst heeft zo veel gewonnen door de muziek. Toen ik aan het schrijven was, had ik een heel gedragen melodie van Dylan in mijn hoofd, waar ik zelf al een beetje bij in slaap viel. Herman en Erik hebben er lekker snelle muziek onder gezet, waardoor de tekst echt begon te dansen.'


Melk & Honing (1990)

Muziek Henk Temming
Uitgevoerd door Herman van Veen, Angela Groothuizen

Je vader was een zwijger maar
hij praatte honderduit.
Je moeder in de schaduw genoot
van zijn geluid
en het vreemd geluksgevoel
daarbij,
waar zij geen naam voor
kon bedenken,
dat werd jij!


'Ik zag een foto van mijn ouders met mij op mijn moeders arm, toen ik 3 maanden oud was. Ik dacht erover na dat je als kind nooit de idylle van je ouders hebt meegemaakt. We hebben niet allemaal zulke geweldige relaties met onze ouders en ook is het later misschien tussen je vader en moeder volkomen mislukt. Maar er is wel een moment geweest dat het helemaal 100 procent was en daar ben jij dan uit voortgekomen.'


Laten we maar zeggen dat het regende (1981)

Muziek Herman van Veen
Uitgevoerd door Herman van Veen

De badplaats ligt languit bij te komen
Tot de jacht weer wordt geopend
En ieder lijf doorlopend
bloot staat aan berekenende blikken.
Ogen peilen dan terloops
mogelijke minnaars
En leveren een stille strijd
zonder overwinnaars.

'Er is nauwelijks iets ergers denkbaar dan een badplaats in de winter. Je wilt je meteen verhangen als je de stoelen op het terras omgekeerd op de tafels ziet staan. Helemaal als daar in de zomer ook nog eens een relatie op de klippen is gelopen. Als we met Herman een week in de Groningse Schouwburg speelden, logeerden we altijd in een familiehotel in het merengebied bij Paterswolde. Binnen was het aangenaam, maar als je in november naar buiten stapte, kreeg je een klap in je gezicht.'


Suzanne (1968)

Oorspronkelijke tekst en muziek Leonard Cohen
Uitgevoerd door Herman van Veen, Frank Boeijen, Rob de Nijs, Marco Bakker, Claudia de Breij

En het zonlicht lijkt wel honing
Waaraan kinderen zich tegoed doen
En het grasveld ligt bezaaid
Met wat de mensen zoal wegdoen
In de goot liggen de helden
Met een glimlach op de lippen
En de meeuwen in de lucht
lijken net verdwaalde stippen
Als Suzanne je lachend aankijkt.

'Toen ik me ongelukkig voelde met mijn werk in het fotolab, begon ik liedteksten te schrijven. Mijn helden waren Bob Dylan en Leonard Cohen. Bij toeval belandden mijn teksten bij Herman van Veen, die Suzanne eruit pikte. Ik dacht: Jezus, nou moet ik naar cabaret. Maar ik zag wat Van Veen deed en was onder de indruk. Het nummer werd een waanzinnige hit. Ik weet nog dat ik zat te worstelen met het laatste stukje. Toen ik uit lijn 13 in de Raadhuisstraat stapte, had ik opeens de zin met het zonlicht. Onder meer door dit lied werd Van Veen door sommigen als een zweverige, wollige man weggezet. Ik heb dat nooit begrepen. Dat is de Angelsaksische poetische traditie. Soms weet je niet precies waarover het gaat. Dat is de logica van het hart, geen wollige onzin."