Leidsch Dagblad
A.C.Koekebakker jr.

Herman van Veen: veel meer dan een harlekijn

16 december 1974

"NOORDWIJK Het is al weer enige jaren geleden, dat de Zeister Kunststichting haar excuses moest aanbieden aan een mevrouw, wier handtas door een afdruk van het gebit van Herman van Veen aangebracht tijdens een van diens voorstellingen was beschadigd. Ook moet men teruggaan tot 18 december 1967, wanneer men de brief wil achterhalen, waarin de grote meester Wim Kan zijn ondubbelzinnig geloof uitspreekt in Herman van Veen de ontluikende cabaretier. Maar wie zaterdagavond in het LIDO theater als gast van Join in Noordwijk getuige was van het optreden van Herman van Veen heeft weinig moeite zich in te leven in deze begeleidende verschijnselen. Want Herman van Veen, die het programmtna 'En nooit weerom' bracht is zo begaafd, dat hij bij het publiek een scala van emotionele reacties losmaakt.


De cabaretier zelf, verblijvend tussen droevige, vaak tedere liedjes enerzijds en opdringerig geschreeuw anderzijds geeft zoveel van zijn talent bloot, dat de toeschouwer niet afwachtend in de zaal alles op zich af kan laten komen. Springend, huppelend, dansend, schreeuwend, fluisterend levert hij steeds opnieuw een gevecht met de uitgebalanceerde en uiterst geperfectioneerde licht en geluidsinstallatie.
Herman van Veen is hier geen harlekijn meer, maar weet zich vlak onder Toon Hermans en Wim Kan. Het meest duidelijke bewijs voor zijn artistiek talent wordt we1 gevormd door het feit, dat hij het stadium heeft bereikt, waarbij het publiek al het. overrompelende voornemen heeft te gaan lachen, als van Veen een aanzet geeft tot en sketch en de pointe nog moet worden bereikt. Dit hebben tot nu toe slechts Hermans, Kan en Sonneveld bereikt, terwijl Van Veen samen natuurlijk met Paul van Vlet) hier ook naar toe is gegroeid.'

Het getuigt van een duidelijke erkenning door het publiek, dat zaterdagavond ook vaak tot lachen neigde als de cabaretier een tekst bracht met een diepere achtergrond. Ds bezitsdrang bijvoorbeeld, tot uitdrukking gebracht in een sketch over een klein jongetje, dat zoveel dingen van zijn vader heeft gekregen. dat hij ze zelf nauwelijks allemaal kan dragen .Vaak wekt de de cabaretier de indruk over zoveel ideeen te beschikken dat hijslechts met moeite de oorspronkelijk geplande tekst gestalte kan geven. Tijdens het optredenontstaan nieuwe ideen en nieuwe uitloopjes die elijk in de tekst verwerkt worden. Zogroeit ook de opa, die voor het eerst zijn kleinkind vast mag houden uit tot een levende figuur, waar de cabaretier Van Veen niet meer omheen kan.Later komt hij in zijn tekst dezelfde oude man tegen . Dit geldt ook voor de vrouw met de million rimpels, die als gegeven Van Veen verlaat en zich zowel voor als na de cabaretier manifesteert. Herman van Veen zegt daar zelf over: Met mijn teksten probeer ik mijn publiek gerichter na te laten denken over belangrijke problemen.

Mijn presentatie is daarbij de entree, waardoor de toegankelijkheid tot de dingen, die ik breng wordt vergroot. Ik verwacht bij het publiek de kritische instelling, die ze aan het denken zet. Als ze door middel van mijn liedjes worden geconfronteerd met problemen als ouder worden, de honger etc., dan klim ik op een kruk en schreeuw ais compensatie, ver boven het publiek uit tornend, mijn blijheid de zaal in.
En dat is geloof ik de grootste kracht van Herman van Veen:
fluisterend neemt hij je mee door smalle gangetjes en nauwe deurtjes. om verzeild te raken in een bonte wereld van melancholie, opperste verbazing en waanzimiige zotheid, vanwaar geen terug meer mogelijk is.



A. C. KOEKEBAKKER Jr.