Utrechts Nieuwsblad
Eva Prins

'lk wil het allemaal mooier maken "

15 nov 1993

Utrecht
Je weet niet wat je ziet, je ziet niet watje weet." Het is een regel uit een van zijn liedjes en ook: zijn kijk op de wereld. Herman van Veen, zanger, verteller, acteur, tekstdichter. Zaterdag was hij even bij Staffhorst in Utrecht, zijn geboortestad, om zijn nieuwste cd 'Voor wie Anders' te signeren.



Drie jaar hebben de liefhebbers op een cd van Van Veen moeten wachten. En aan de belangstelling zaterdag in Staffhorst te zien, is er met spanning op gewacht.
Aan de rij wachtenden voor een handtekening, een glimp, een woord of een foto, lijkt geen eind te komen. Fans van vijf tot negentig jaar, met oude boeken van Van Veen, platen uit de jaren zeventig. Mensen brengen foto's van optredens, kleine kinderen geven bloemen. Herman geniet, 'super', zet fluitend zijn krabbel. Hij was even thuis. Nederland, Utrecht. "Ik ben, en voel me ook een echte Utrechter."

Hij is opgegroeid in de Vogelen- buurt, heeft 23 jaar in de stad gewoond. Hij ziet deze middag veel bekenden, van shows, maar ook van vroeger uit de buurt, het voetbal, het conservatorium.
Net als op al zijn vorige platen en in al zijn shows bezingt en beschrijft hij ook op ' Voor wie anders' zijn visie op de werkelijkheid. "De taak die ik mijzelf geef is te beschrijven en te bezingen wat ik beleef, wat ik ervaar." Het is geen vrolijke cd, maar de werkelijkheid is volgens Van Veen ook niet altijd vrolijk. Opkomend rechts-extremisme, de oorlog in ex- JoegoslaviŽ, aids. Het zijn dingen waar hij zich zorgen over maakt. Van Veen: "Maar wat me het meeste zorgen baart is de apathie van mensen. De mensen die nu zwijgen, stemmen in met wat op ons afkomt. En dat is niet gering en zeker niet altijd even mooi."

Voor hem is zingen de manier om zijn zorgen, zijn gedachten, zijn angsten, te uiten. Hij wil de mensen niet per se tot nadenken aanzetten. "Voor mij is het belangrijk om te vertonen wat ik denk, wat ik voel. En iedereen beleeft dat anders. Het maakt verschil of je als man of als vrouw, als jood, of als kankerpatiŽnt luistert. Dan hoor je wat anders."

Je ziet een man, zo onnoemelijk stil
Dat je denkt dat hij hol is,
terwijl ie juist boordevol is
van rumoeren van moord, van pijn en gegil
nog zit hij geslagen onder de lamp
nog barstensvol oorlog en barstensvol kamp'

De Tweede Wereldoorlog. Het speelt een belangrijke rol in zijn teksten. Van Veen, 48, werd geboren aan het eind van die oorlog. "Het begon in de Tweede Wereldoorlog ook met een paar mensen, en nu zijn het er al meer dan een paar. Een hakenkruis hier, een ruit daar. Zo begint het. De werkelijkheid wordt steeds harder, verscherpt. In Duitsland is het grof, schandalig, maar hetzelfde komt in Nederland ook. De onderkant krijgt het steeds slechter, dat is een voedingsbodem."

Duitsland. Al vijfentwintig jaar speelt hij voor volle zalen bij de oosterburen. Hij is er enorm populair, toch zijn zijn teksten over Duitsland kritisch.

'Wilkommen in 't Groot Hotel Duitsland
De bar is open en zeer goed
In 't restaurant spelen zigeuners
van strangers in the night
und vergessen kann ich nicht so gut'


"Dit lied heb ik geschreven naar aanleiding van een verblijf in een hotel in Bonn. De gastheer vertelde me, 'de FŁhrer heeft hier nog geslapen'. Ik zei: 'Dank u wel. Doet u mij dan maar een andere kamer. ' Je ziet: Ik bedenk niets, hoef niets te bedenken, het is er allemaal."

Die beschrijving van zijn werkelijkheid wordt hem niet altijd in dank afgenomen. In Duitsland en ook in Oostenrijk is hij bedreigd om zijn kritische houding. De tent zou opgeblazen worden. Het heeft hem beangstigd, maar niet gestopt. "Ik heb nog nooit iets niet gezongen, omdat anderen dat wilden. Niet omdat ik zo'n held ben. Ik kan niet anders."
Zijn drijfveer? "Ik hou ontzettend veel van mijn vak. En er huist in mij ook een mannetje, die denkt de bomen groener te zingen. Die denkt de wereld gezonder te maken met zijn liedjes. Ik wil het allemaal mooier maken."

Spijkerbroek, blauwe blouse met bordeaux-rode spencer, kaal hoofd, zorgelijke blik, gebogen, sloffende houding. Hij vindt zichzelf een clown. Maar moet lang nadenken waarom. "In mijn show is het gelach uit de zaal, het geluid dat je het meeste hoort."

Het mooiste geluid, vindt hij. Lachen om zijn ellende, dat is goed.
"Impliciet lachen de mensen om hun eigen ellende. Want als je jezelf er niet in herkent, dan lach je niet."
"De cd is een verslag van een bepaalde periode in mijn leven", zegt hij later. Een tijdsbeeld, een momentopname. Een weergave van zaken waar hij over nadenkt, nu mee bezig is. "Naarmate je ouder wordt, komt het dichter bij jezelf." De teksten zijn door hemzelf en door anderen geschreven. Mensen waar hij al jaren mee samenwerkt: T. Holzhaus, W. Wilmink, en T. Woitkewitsch. "Anderen brengen soms beter onder woorden, waar ik over nadenk."

"Wanneer kunnen we weer eens een show van je in Nederland verwachten?" Het werd hem zaterdagmiddag herhaaldelijk gevraagd. De fans moeten nog even geduld hebben: herfst '95. Eerst nog Parijs en Amerika.



Eva Prins