Algemeen Dagblad
Robert Long

Erik

12 mrt 1990

Toen ik bijna twintig jaar geleden mijn eerste Nederlandstalige plaat wilde gaan maken, was de vraag wie die plaat dan zou moeten gaan arrangeren.
Een arrangeur 'vertaalt' als het ware dat wat degene die de liedjes maakt bedacht heeft, in noten en partijen die de muzikanten later in de studio dienen te spelen. Een goede arrangeur drukt, samen met alle anderen die bij de produktie zijn betrokken, een belangrijk stempel op het uiteindelijke resultaat.



Op een gegeven ogenblik viel, twintig jaar terug dus, de naam Erik van der Wurff, 'want die jongen doet ook hele goeie dingen voor Herman van Veen'. Nou, die moesten we dus maar eens vragen of hij het wilde doen.

Herman was toen al beroemd, dus ik zou het helemaal niet zo gek hebben gevonden als Erik geen trťk had in een onbekende knaap die liedjes maakte op een gitaar, want dat deed ik toen nog. Maar nee hoor, Van der Wurff bleek een hele aardige, kapsonesloze jongen te zijn met dun blond haar en een sikje, die prachtig piano speelde en met hele goede ideeŽn aankwam. Intussen hebben we al een stuk of zes LP's en CD's met elkaar gemaakt. Afgezien daarvan is Erik een creatief mens. Hij schreef en schrijft nog altijd een belangrijk deel van de muziek voor Van Veen, maakt filmmuziek en schrijft instrumentale stukken. En dat wou ik nou eens even gezegd hebben, want van de week kreeg ik een cassette in handen met nummers die binnenkort op een CD verschijnen, o.a. ter gelegenheid van het feit dat Van der Wurff vijfentwintig jaar 'in het vak' zit, en bij mijn weten is dit de eerste plaat die echt de aandacht vestigt op de componist en solist die Erik toch ook in zich herbergt.

Prachtige, sfeervolle, nieuwe stukken of instrumentale bewerkingen van songs die hij eerder voor Van Veen schreef. Ik denk dat er maar weinig muzikanten zijn die zo vindingrijk en gewetensvol met he-dendaagse instrumentarium om weten te springen.

Nu ik dit zo teruglees klinkt het nogal overdreven dweperig en dat zal ook best zo zijn, maar juist omdat ik weet hoe liefdeloos er in mijn vak soms wordt omgesprongen met muziek, omdat het helaas vaak meer voorkomt dat mensen met omzet bezig zijn dan dat er werkelijk van hartstocht sprake is, mag je de ware kunstenaar ook wel eens een extra (en verdiende) pluim op z'n hoed steken.

Ik ben nou eenmaal van de soort die graag een ander laat meegenieten van dingen die ik mooi vind. En Eriks muziek is mooi, variŽrend van schitterende, dromerige melodieŽn die de fantasie prikkelen, tot vro-lijke klanken die zelfs bij de grootste chagrijn een glimlachje teweeg moeten brengen.
Nu kan er wellicht een enkele zuurpruim zijn die, dit alles lezende, zal zeggen dat ik een vriendje zit voor te trekken, maar dan moet ik hem (en mezelf) toch te-leurstellen: Erik en ik zijn weliswaar bevriende vakbroeders, maar in al die jaren hebben we niet eens de tijd kunnen vinden om, buiten ons werk, echt be-vriend met elkaar te raken. Maar ik ben al heel tevreden met het feit dat we zo af en toe samen werken, want hij is er een van de redenen van waarom ik nog steeds vind dat ik het mooiste beroep van de wereld heb.

Overigens weet ik niet eens hoe CD gaat heten, dus vraag maar gewoon naar de plaat van Van der Wurff. Je kunt er lang plezier van hebben. Daarbij komt nog dat je iemand beter af en toe kan prijzen als ie in leven is, dan achteraf vertellen hoe prachtig het allemaal was. Da's toch niet zo gek, eens in de vijfentwintig jaar?



Robert Long