Leidsche Courant
Paul van der Plank

HERMAN VAN VEEN ZONDER CLOWNERIE

8 september 1977
LEIDEN Aan een optreden van Herman van Veen zijn twee aspecten te onderscbei- den. Zo ook gisteravond in de Stadsgehoorraal, waar de Hollandse bard voor drie avonden is neergestreken. Allereerst zijn sentimentaliteit en vervolgens zijn clownerie. Het is jammer dat in de loop der jaren het eerste aspect is gaan overheersen.


Dat levert hoogstens een paar goed gezonden en mooi getoonzette liederen over liefde en geluk op, maar vaker een warrig soort gevoeligheid, dat nu eens onbegrijpelijkheden voortovert, dan weer banaliteiten te berde brengt. Voor veel mensen, het merendeel van Van Veens fans zijn die banaliteiten nu juist pozie en vormen de onbegrijpelijkheden het summum aan diepzinningheid.

Heel Van Veens optreden is gericht op gevoel, het scheppen van een sfeer, het maken van een beeld. Wie zijn beeld niet gelooft en zijn soort emotionaliteit niet verdraagt, ligt eruit, Voor de fans heeft het kunstenaarschap van Herman van Veen iets messiaans: het zijn grote problemen waarover hij het heeft, maar hij geeft een oplossing. Kind worden, muziek maken, jezelf zijn, ego-trippen, je talent vermorsen.

Want dat laatste doet de al kalende heilige met de krullende blonde haren. Hij heeft een grote muzikale vaardigheid op viool, kan uitstekend zijn stem gebruiken, heeft een mimisch vermogen en een lichaamsbeheersing, die ik van zijn mannelijke tegenhangers in het cabaretvak niet ken en bezit een natuurlijke aanleg voor clowneske grappen. Herman van Veen is op het toneel een persoonlijkheid en zat, vroeger ten minste, boordevol energie.

Zou hij die talenten uitbouwen zijn grillige fantasie meer in banen leiden - meer het absurde aspect een kans geven in plaats van het surrealistische - en zich minder verstrikken in quasi-diepzinnige teksten, dan was in het Nederlandse kunstenaarswereldje een uniek figuur, Dat is hij nu natuurlijk ook, maar op een voor mij volstrekt onaanvaardbare wijze.

Voor anderen niet, gezien het ovationele applaus na afloop.



Paul van der Plank