Utrechts Nieuwsblad
Herman van Veen

Aflevering 5: de Binnenband

7 aug 2004

Herman van Veen

"Herman, wakker worden, het is zes uur. We gaan naar Katwijk. Maak een beetje voort." Geen probleem. Ik lag aangekleed in bed. 1954. Mijn vader, mijn moeder en mijn twee zusjes konden meerijden in de vrachtauto van de groenteboer. Hij moest naar de veiling in Leiden. Van daar zouden we met de bus naar Katwijk gaan. Katwijk aan de Zee.
De vrachtwagen stond barstensvol met lege groentekistjes. Wat zou je daar een geweldige hut van kunnen bouwen. Na veel geschuif en gestapel hadden we allemaal een plekje. Behalve mijn Mercedes Benz binnenband. Die kon er niet meer bij.
"Dan ga ik ook niet mee", zei ik. "Dan blijf je maar thuis", vond mijn moeder. Ik huilen. Veel gedoe.

"Zie je, hij is net zo eigenwijs als jij", zei mijn moeder tegen mijn vader.
"Hoezo? Heb ik ooit een Mercedes binnenband..." "Kunnen we?", riep de groenteboer. "Nee, nog niet." ,,Hoezo? Heb ik ooit een Mercedes binnenband..." "Herman heeft het schompes. Hij wil niet mee. Zijn reddingsvest past er niet in." "Mijn Mercedes Benz binnenband, hoor", zei ik woedend. "Ik kan zwemmen."
"Waarom neem je dan verdomme zo'n belachelijk groot opblaasding mee?"
"Het wordt een schip. Hier ga ik mee naar Amerika", zei ik en klemde me aan de band vast. Alles had ik gedaan om hem te krijgen. Ze zouden me los moeten snijden. De groenteboer stapte uit. Pakte mijn band af,haalde de Peter Stuyvesant uit zijn mondhoek en brandde hem lek. De band liep met een verbaasde zucht leeg. Ik had hem geplakt, op laten blazen en nu... "Nu kunnen jullie er allebei in."


Af en toe gaan pa en moe,
met ons naar de speeltuin toe,
dat is voor ons kinderen,
het fijnste wat bestaat.
' T is een eind bij ons vandaan,
en daarom gaat de karavaan
's morgens vroeg op weg
dan zijn wij er niet zo laat.
(refrein)

Heeft mama een goede bui
en is papa niet te lui
Nou dan gaan we naar de speeltuin!
Ma draagt broodjes in een mand
Pa de trommel met verband
Ja dan gaan we naar de speeltuin
En we wippen en we draaien en we schommelen zo fijn
tot we misselijk van het draaien en de limonade zijn
heel de dag is het dan feest
tot we er uit zien als een beest
en we heerlijk in de speeltuin zijn geweest.


Kleine Jan valt van de wip,
valt z'n tanden door de lip
hij brult als een wilde als papa verbinden wil,
Mien draait in de molen rond
Jankend als een jonge hond
want ze wil eruit en dat ding dat staat niet stil
refrein)


Komen wij dan 's avonds thuis,
vuil van zand en stof en gruis,
dan zegt Papa boos: Dat was beslist de laatste keer
Maar we zeuren al weer gauw:
mama wanneer gaan we nou
nog es naar de speeltuin? En spoedig gaan we weer!
(refrein)


Ik zong mooi niet mee. Mijn Mercedes Benz bin-nenband was lek gestoken door een Peter Stuyvesant. Bij Bodegraven was het mij gelukt: ik had het pakje Stuyvesant uit de jaszak van de groenteman gerold. Wat een klootzak. We zijn er bijna maar nog niet helemaal.
Ik zong nog steeds niet mee maar we waren er wl bijna. Mijn hart bonkte in mijn keel. Ik had nog nooit de zee gezien. We klommen door het mulle zand tot boven op het duin. Wat ik toen zag, heb ik nooit meer vergeten.

Dat de zee z groot was, hoe had ik dat kunnen weten? In het boek van Gullivers Reizen stond de zee beschreven, maar dat was niets in vergelijking met wat ik nu zag. De zee hield helemaal niet op. Was overal, zo ver het oog kon zien. In mijn gedachten zag ik mezelf varen. In mijn eigen binnenband-schip, met een houten been, een zwarte ooglap en een piratenvlag.

"Horizon, kijk uit. Ik ben de Vliegende Hollander en ga nooit dood." Ik was vast van plan om net als Jules Verne terug in de tijd naar het Amerika van toen te varen. De volgende dag liep ik naar een pompstation met een garage om mijn band te laten plakken en op te blazen. Mocht het weer zelf doen. Daarna regelrecht naar het strand.

"H band, waar ga je met dat jochie naar toe?", riep een vrolijke badgast op een fiets. Van een oude roeispaan had ik een mast gemaakt, een zeil van tafellaken. Ik stapte aan boord van mijn Mercedesschip en voer de branding in. De golven tegemoet. Oeps, die zijn groter dan ik dacht. Nee, die zijn ng groter dan ik dacht. Die zijn zo groot als een huis.
Mijn schip werd opgetild en ik vloog even door de lucht. En landde met mijn hoofd tegen de scheepsmast. Een felle pijn, een vreemde kracht trok me naar beneden. Ik zwom wat ik kon, maar hoe ik ook zwom, die kracht was sterker dan mijn benen. Een octopus? Een haai? De Nautilus?
,,Herman, wakker worden, het is zes uur. We gaan naar Katwijk. Maak een beetje voort." Ik lag aangekleed in bed. Voordat we in de groente-kar stapten, liet ik mijn binnenband leeg lopen en rolde daarna toch de Stuyvesants van de groenteboer. Had hij in mijn dromen maar niet...


Research Rian van Kuppenveld

Schompes

De uitdrukking 'Herman heeft het schompes' kom je niet dikwijls tegen. Vaker lees je: 'Je kunt het schompes krijgen' of 'je kan je het schompes lachen/schrikken/werken'. Gerenommeerde woordenboeken zijn wat terughoudend over schompes. De Grote Van Dale meldt dat het volkstaal is en dat 'zij kunnen het schompes krijgen' een verwensing is. Ewoud Sanders en Rob Tempelaars zijn in Krijg De Vinkentering. 1001 Nederlandse En Vlaamse Verwensingen duidelijker. Schompes staat voor een fictieve ziekte en past in het rijtje tering, tyfus en kolere. De herkomst van het woord is niet te achterhalen. Sanders en Tempelaars wijzen schompes in relatie tot schomperen (schamperen) en als verleden tijd van schimpen af.

Peter Stuyvesant

De Fries Peter Stuyvesant (1592 -1672) was van 1646 -1664 de laatste gouverneur van de kolonie Nieuw-Nederland. Stuyvesant stichtte de stad Nieuw-Amsterdam, het huidige New York, en bouwde o.a. Wall Street en Broadway. Stuyvesant was weinig geliefd en toen de Engelsen in 1664 Nieuw-Amsterdam aanvielen, weigerde de bevolking hem te steunen en moest Stuyvesant capituleren. De Peter Stuyvesant was in 1954 de allereerste filtersigaret in Nederland. Beroemd waren de reclamecampagnes vol glitter, glamour en su-per-de-luxe vliegreizen. 'De Wereld Van Peter Stuyvesant' werd een staande uitdrukking.

Gullivers Reizen

Hoewel het vaak als kinderboek wordt aangemerkt is Gullivers Reizen van de Ierse schrijver/journalist/satiricus Jonathan Swift een politiek-sociale satire van de eerste orde. Swift schreef het uit vier delen bestaande boek in 1726. Scheepsarts/kapitein Lemuel Gulliver heeft op zijn reizen merkwaardige dingen gezien en beleefd. In de eerste twee delen waarin Gulliver het eiland Lilliput bezoekt en daarna Brobdingnag, het land van de reuzen, worden de politiek en de staatkunde van die tijd genadeloos onderuit gehaald. Het wereldbeeld in Gullivers Reizen is bepaald pessimistisch te noemen, maar waarschijnlijk is het avonturenrelaas juist daardoor een absolute klassieker.

Jules Verne

De Fransman Jules Verne (1828 -1905) was al 35 jaar toen zijn eerste roman Vijf Weken In Een Luchtballon verscheen. Zijn wonderbaarlijke reisverhalen kregen wereldfaam met het verschijnen van Reis Om De Wereld In Tachtig Dagen en Twintigduizend Mijlen Onder Zee (kapitein Nemo in de Nautilus). Omdat hij zich grondig verdiepte in de technische mogelijkheden van zijn tijd, hadden veel van zijn boeken een voorspellende waarde. Veme voorzag onder meer de komst van de ruimtevaart, de tank, de beeldtelefoon, de helikopter en de satelliet.


Research Rian van Kuppenveld