Nederlands Dagblad
Herman Veenhof

Hotel Herman van Veen

6 nov 1993

In het 'hotel' van Herman van Veen is plaats voor veel gemoedstoestanden. Zijn eerste studioplaat van de jaren negentig is verwarrend veelzijdig. De CD begint met Leugens, een 'remake' van een oud nummer, dat op plaat verscheen in de tijd dat de teksten van Van Veen harder werden en de muziek moderner. Nu is het een vol gearrangeerd lied met canon-achtige elementen geworden.


Deze Herman van Veen-plaat haalt muzikaal alles uit de kast, inclusief echte strijkersklanken in plaats van een machine. Die worden gemaakt door het geluid van het Concertgebouw Kamerorkest, het zigeunerorkest Lajos Horvath, de Vorster Kapel en een vocaal herenkwintet. Gedoseerd worden geluidseffecten ingezet, om de sfeer van het Grand Hotel Duitsland op te vangen of het straatrumoer aan het begin van een Duitse razzia. Wat de muziek betreft, staat Van Veen op eenzaam niveau in een zee van middelmatige Nederlandstalige muziek.

Deze Herman van Veen-plaat kent mildere teksten van anderen, en scherpere van de artiest zelf. Dat is opvallend. Een prachtig lied van Willem Wilmink, geschreven vanaf een foto waarop een lachende Duitse soldaat en bange opgepakten staan. Teksten van Holzhaus, Olthuis en Jonasz. Vertaalde chansons, uiteenlopend van Guigui tot het zo aan IndiŽ ontrukte Nina Bobo. 'Gemengde gevoelens', heet een nummer en dat is precies dat wat het beluisteren van de teksten van deze plaat oplevert. Waarin de 'godverlaten' duisternis (is dat nu een vloek of noodkreet?) uitloopt op een 'Pie Jesu' verderop, als fragmentje uit het zeer roomse requiem van Faurť.
Van Veen is wat bitter bezig aan zijn zoektocht. "Dat juichen bij een waterige zon, ik wou dat ik dat kon", zingt hij in een lied over zijn, de, vrouw. Om af te sluiten met 'Als je komt', waarin de dood een hoofdrol speelt. Maar pas laat. "Wanneer ik honderd ben, dan ga ik met je mee, heel gedwee."



Herman Veenhof