NED. DAGBLAD
Herman Veenhof

Herman van Veen, voor rijke en arme kindertjes

6 okt 1990

Herman van Veen begint in steeds sneller tempo cd's uit te brengen. Voor volwassenen was er dit jaar al een dubbelaar met een optreden in de schouwburg ('De zaal is er') en de niet sublieme plaat 'Blauwe Plekken', met nogal wrange, wat gemakkelijk geschreven teksten. Voor kindertjes verscheen er 'Rode Wangen' en een sprookjesplaat. In De nieuwe versie van het wel sublieme vertelsel 'Alfred J. Kwak' (deel 1) bouwt Van Veen voort op zijn eigen sprookje.


Alfred Jodocus Kwak is een eend die de armoede en ongelijkheid in de wereld te lijf gaat. Twaalf jaar geleden zette Herman van Veen dit thema met behulp van het Groot Waterlands Orkest al eens op de plaat.
Alfred Kwak hoort dat ergens in een ver land een tekort aan water is. Het graven van een put kost geld en de eend Kwak wil dat bijeenbrengen door het ver-pakken van zakjes eendenkroos. Hij bestemt de opbrengst van de verkochte mondvoorraad voor het goede doel.

De eend Kwak doet dat met hulp pakken van zakjes eendenkroos. Hij bestemt de opbrengst van de verkochte mondvoorraad voor het goede doel. De eend Kwak doet dat met hulp van talloze dierenvriendjes: zijn stiefvader Henk de Mol (Alfreds ouders zijn op de snelweg doodgereden, onthult Herman van Veen op de nieuwe versie van het sprookje), Frangois Ladder, de heer K. Rokodil, de vos, de bijen, de haan en de rivier, allemaal muzikaal heel knap uitgebeelde 'personen'. De grote antipode in de missie van Alfred J. Kwak is de koning die in zijn kasteel in weelde baadt, van niets weet en bijge-staan wordt door een stel corrupte en elitaire dienaren, een gemeen soort Dorknopers, om met Heer Bommel te spreken. Met veel trucs dringt Afred J. Kwak door tot zijne majesteit en vertelt hem de waarheid, 's Konings woede jegens zijn onbetrouwbare dienaren is verschrikkelijk.


Nuchter


Alfred J. Kwak is een Hollandse eend. Zijn autobiografisch sprookje is dan ook zo nuchter als een stronk boerenkool en zijn charitas niet van avontuurlijkheid en zelfzucht gespeend. "Ik ben wel goed maar ik ben niet gek", laat Herman van Veen werkelijk betoverd toeluisterende kindertjes meebrullen. De cd van het sprookje (1987) is technisch beter, maar de plaat (1978), hoe grijs ook intussen, blijft spontaner.

Toen was A.J. Kwak origineel, gloednieuw en leuk. De plaat trekt nog krom van het plezier dat Herman van Veen heeft met de kinderen die hoorbaar meedoen. Nu er naast een cd-versie ook een kinderserie op televisie is geweest en er acht verschillende vertelplaten in de winkel liggen, maakt een meerdelige herbewerking van hei sprookje wel een erg overbodige indruk. Zelf was Van Veen vorige week te gast in New York bij de 'kindertop' waar 71 staatshoofden afspraken dat de kindersterfte in de wereld met de helft moet worden teruggedrongen. Hij ging daar 'met een dosis scepsis heen', maar kwam verrukt terug. De meeste politici menen het echt, vindt hij.

Een week daarvoor was Van Veen ook al op tv. Hij trok de rode draad door een programma ten behoeve van Foster Parents Plan in IndonesiŽ en India. Dat gebeurde op onnavolgbare wijze, en dat moest ook wel om niet in het sjabloon van Bekende Nederlander Zet Zich In Voor Goed Doel terecht te komen. Van Veens speelsheid garandeert dat; als je de o zo formele en stijlvolle Indonesische danse-ressen kunt laten glimlachen door hun vertraagd balletachtige bewegingen in een witte linnen broek en op witte sokken na te doen, is 'Steen voor Steen' bij voorbaat een boeiend bedelprogramma.

En in India, waar met een mengsel van water en koeiestront een dorp van biogas wordt voorzien (Van Veen: 'wel goed roeren') en een jochie van vier ter gelegenheid van de witte meneer met de clownskrullen en de Nederlandse televisie voor het eerst schoentjes aankrijgt (Van Veen: 'wel even inlopen'), krijgt Herman een schare Indiase kleuters zo ver achter hem aan te huppelen, te hollen en te ravotten. Het jonge olifantje met de afgezaagde slagtandjes dopt ook mee.

Waarschijnlijk kan niemand anders dan Herman van Veen zo ongegeneerd lichtvoetige gekte koppelen aan beelden van een hut in Madras waar de huisvader het respectabele inkomen van dertig gulden per maand naar binnen brengt. Het schrijnt extra, en dat is ook de bedoeling.

Het programma 'Steen voor Steen' werd - opvallend - besloten met een telefoonnummer. Informeren gaat vooraf aan gireren. Herman van Veen bruist van activiteiten voor kinderen uit arme en rijke landen. Als in zo'n korte tijd zijn edele krullenkop, met die nog steeds zo jongensachtig verbaasde gelaatsuitdrukking, zo vaak op het scherm verschijnt, gaat het een klein beetje tegenstaan.

N.a.v. Herman van Veen, Alfred J. Kwak deel 1, Polydor CD B43 9732



Herman Veenhof