Utrechts Nieuwsblad
Jerry Goossens

Máxima

4 sep 1999

Verstoten. Een ander woord is er niet voor. En van onze grootste kunstenaars is domweg verstoten. Beschimpt, uitgelachen en vernederd. In zijn eigen stadsie. Wie herinnert zich niet hoe hij Utrecht op de kaart zette, middels een onvergetelijke conference waarin hij op briljante wijze een Bunnik-side supporter neerzette. Ik ben even vergeten hoe hij dat ook alweer deed, maar briljant was het. En wie herinnert zich niet zijn, warme, diep-menselijke vertolking van Leonard Cohens 'Suzanne', of zijn al even gloedvol gezongen 'Anne', en natuurlijk zijn ontroerende toekomstige hit 'Ne'. In een stad rijk aan kleinkunsttalent (Tineke Schouten, Herman Berkien, Hennie Oliemuller) is en blijft hij toch het boegbeeld aller cabaretiers: Herman van Veen. Ik bedoel, onze Herman van Veen.


Hij heeft menig kerstfeest voor mij vergald, onze Herman. Mijn ouders, die hem in de jaren zeventig leerden kennen als een cabaretier met een hoog oh-la-la-gehalte, hadden namelijk een bandje waarop onze Herman z hyperdevoot de geboorte van de Heiland bezong, dat zelfs de Bisschop van Groningen er spontaan bulten van zou krijgen. Maar klaarblijkelijk gingen mijn ouders ervan uit dat het religieuze gekweel van een ooit confronterende cabaretier wellicht beter te verteren was voor opgroeiende pubers dan de kerstliedjes van, pak hem beet, de Leidsche Sleuteltjes. Hoe dan ook, in mijn ouderlijk huis weerklonk onze Herman tot ver na Driekoningen. En ik werd daar eerlijk gezegd altijd een beetje depressief van. Maar no hard feelings, hoor. Ik was toch al niet zo'n fan van Kerstmis, dus deze jarenlange kwelling kan ik hem moeiteloos vergeven. Evenals het gedrocht van een Alfred J. Kwak.
Deze politiek correcte fluteend maakt deel uit van ons dagelijks leven sinds Kleine Goos In de kleuterramsj voor vijf gulden een Kwak-cd kocht. Sindsdien worden wij elke dag minimaal twee keer geconfronteerd met een larmoyant anti-Apartheidverhaal, waarin Alfred J. als grootmoedige blanke eend opkomt voor de vertrapte rechten van de bruine eendjes. Maar no hard feelings, hoor. Ik was toch al niet zo'n fan van eenden, dus ook deze, nog steeds voortdurende kwelling kan ik moeiteloos vergeven. Blijkbaar zijn bejaarden en nog niet schoolgaande kinderen bijzonder gecharmeerd van Hermans werk, en dat is ook een verdienste. Maar er zijn anderen in de stad die wat meer moeite hebben met het in bedwang houden van hun Hermanhaat.

Marianne Wolff bijvoorbeeld. Ongetwijfeld werd ook zij jarenlang door verschillende familieleden getreiterd met Hermans martelende stemgeluid. En misschien heeft ze zelfs wel een persoonlijke aanvaring met de cabaretier gehad: heeft hij haar gepest op de lagere school, of haar verlaten voor een andere vrouw. Anders kan ik de wraakzuchtige toon van mevrouw Wolff ook niet begrijpen. De bioscoop-exploitante reageerde in deze krant op het bericht dat Hermans nieuwe film 'Nachtvlinder' niet in Utrecht te zien zou zijn. Nu is 'Nachtvlinder', als we de recensenten mogen geloven 'een warrige opeenstapeling van onaffe taferelen, gedachten en gevoelens, verzameld en rondgestrooid dooreen onhandige filmmaker''(Volkskrant), 'tenenkrommend knullig' (Parool) en volgens deze krant het werk van een dilettant. Toch is dat niet de reden dat 'Nachtvlinder' hier niet te zien is. Nee, zegt mevrouw Wolff, er Is domweg een zalentekort. Maar even later merkt ze vilein op:
"Mocht blijken dat veel mensen in Utrecht de film willen zien, dan ben ik best bereid 'Nachtvlinder' alsnog als ochtendvoorstelling te nemen", ik heb de filmladder er eens op nageslagen, en wat blijkt: er zijn helemaal geen ochtendvoorstelllngen In de Utrechtse bioscopen.

Arme Herman. Ik weet niet wat hij mevrouw Wolff heeft misdaan (misschien heeft ze overal blauwe plekken van hem), maar niets rechte vaardigt zo'n behandeling. Hij mag dan een zweverig, zichzelf overschattende, met een Messias-complex behepte kwakbol zijn, maar hij is wel onze zweverige, zichzelf overschattende, met een Messias- complex behepte kwakbol. En onze Herman hoort in onze bioscopen. Al is het maar voor een week.

(U vraagt zich nu natuurlijk af waarom dit stukje de naam draagt van onze toekomstige vorstin, terwijl het daar verder helemaal niet over gaat. Ik moet u opbiechten dat ik haar naam misbruikt heb om uw aandacht te trekken. Mea culpa, mea maxima culpa.)



Jerry Goossens