ROTTERDAMS NIEUWSBLAD
FRANS HAPPEL

Van Veen houdt verrassend vol



4 mei 1984
Enkele jaren geleden liet Herman van Veen zich van roze wolken vol dichterscabaret op de harde aarde vallen. Hij ging uithalen naar dingen die hem niet zinden de volwassen mensheid in het algemeen en de machtpakkers in het bijzonder maar: de pozie bleef. Hij verwarde daar zowel zijn trouwe fans als de nieuwe aanwas in zijn publiek mee. De eerste groep vond hem opeens 'zo hard', de tweede groep concludeerde dat hij soms nare mededelingen te mooi verwoordde.


Maar hoe ook: niemand kon Van Veen ontzeggen dat hij niet volop in ontwikkeling bleef. Een ontwikkeling die onverminderd voortduurt. In het theater. Op de plaat. Met de regelmaat van de klok komen er elpees van Van Veen uit. Ieder andere artiest zou met zo'n kwantiteit de kwaliteit, de verrassing vooral niet kunnen volhouden. Van Veen wel. Hoewel hij wel steeds aanleiding tot kanttekening geeft. Een minpunt, of juist het pluspunt van die ontwikkeling voornoemd ?

Het nieuws van de elpee 'Signalen' is de entree van Willem Wilmink als hofleverancier van Harlekijn en het nadrukkelijke geluid van synthesizers in de begeleidende muziek. In beide gevallen goed nieuws.

Wilmink schrijft niet alleen op een eenvoudige manier 'visueel' (Op een avond om een uur of halfelf/liep ik wat te wandelen met mezelf) en emotioneel trefzeker (De dwaze moeders op het plein/wier kinderen verduisterd zijn), onbedoeld relativeert hij ook Van Veens neiging tot vocale pompeusheid.
Dat laatste lukt overigens niet altijd, want Wilminks ode aan Parijs, 'Parijse tango', krijgt, van Van Veen iets als een oratorium-behandeling. De uitbreiding van het muzikale instrumentarium maakt de begeleiding forser en nog vindingrijker dan in de meeste Van Veen-produkties al het geval was.
Veel positiefs dus. En toch brengt deze elpee niet overtuigd de handen op elkaar.

Het titellied, 'Hilversum III' en 'Huurkontrakt' (op een oorspronkelijke tekst van de Vlaamse dichter Herman de Coninck) zijn glansstukjes. Maar waar de ode aan Parijs al overdadig overkomt, geldt dat zeker voor Van Veens lofzangen op Amsterdam en Edith Piaf. In het laatste geval staan de stoppen zelfs op doorslaan, is er een veel te veel, waar ingehouden al prachtig genoeg zou zijn geweest.

De elpee besluit met een reprise: het instrumentale 'De wolkentrapper', een verbaasde melodie die, net als de in reepjes gesneden man op de hoes, toch vastbera- den de ruimte in fietst. Waar naar toe ? Ergens of nergens heen, wie zal het zeggen", aldus Van Veen.

Hem blijven volgen dus. Interessant sporen n ontsporen levert uiteindelijk toch de boeiendste artiesten op.



FRANS HAPPEL