Limburgs Dagblad

Herman v.Veen; "Als kind altijd theater gemaakt"

27 juni 1968

(Van onze correspondent)

27 juni - "In Haarlem begon de victorie", zegt Herman van Veen, drie en twintig jaar, musicus, cabaretier en leider van .Harlekijn'. In december een slecht bezocht maar goed gerecenseerde voorstelling in de Haarlemse schouwburg. In maart veel meer publiek in dezelfde zaal. Een toegejuicht tv-optreden, daarna meestal een volle zaal. Donderdag keert hij voor een serie van acht voorstellingen naar Haarlem terug. "Ik ga tien dagen in Haarlem wonen', zegt hij als er onder ons gesprek wordt opgebeld.


BEGIN

Hoe is het begonnen?
"Ik heb als kind altijd theater gemaakt. Kijkdozen, aireusjes op straat, en dat ging door op de lagere en middelbare school. Onbewust heb ik daarvan verschrikkelijk veel geleerd. Toen ik van school kwam, heb ik geaarzeld tussen toneel of muziek. Ik vond muziek exclusiever. Na anderhalf jaar op het Utrechtse conservatorium merkte ik, dat ik entertainer wilde worden. Ik voelde me helemaal niet thuis in de wereld van de klassieke muziek. Een symfonie van Mozart bijvoorbeeld, dat is een tintelend iets. Ik kan daar niet stil bij blijven zitten. Dan ga ik iets doen en wat ik dan doe, dat is vaak Iets waar de mensen om moeten lachen".

U hebt geen spijt van die conservatorium-opleiding?

"Voor mij was het bijna de ideale opleiding. Analyse b.v. van een sonatine of symfonie, dat is eigenlijk het hele programma. Rustpunten, over- gangszinnen, thema's. Ik leerde ook bewegen op muziek, een melodie uitbeelden met het lichaam en ook de statische elementen, de harmonieŽn".

Is een opleiding voor cabaret noodzakelijk? "Een toneelschool, een academie, een conservatorium of een kleinkunstopleiding kunnen goed vakmanschap nooit garanderen. Ik wil niet zeggen dat die scholen slecht zijn, maar er zijn zoveel .groten die nooit op school hebben gezeten". Sommige mensen moeten nu eenmaal alles individueel doen. Die kunnien het in een klas niet leren, of ze kunnen het al, dan hoeven ze het niet te leren. Voor mij was het conservatorium wel nodig. Al was het maar dat ik me bewust werd van het aanwezige talent".

EENVOUD

.Als je b.v. aanleg hebt voor een romantische toon dp de viool, wordt zoiets daar ontwikkeld. Verder de kennis van wat er te koop geweest is in het verleden. Dat bespaart je tijd, je hoeft het niet allemaal zelf te ontdekken. Ik zie nu geen verschil meer tussen wat voor kunst dan ook. Het heeft allemaal dezelfde basis, dezelfde principes". een programma dat we konden metamorfoseren naar gelang het publiek waarvoor we optraden. Op een gegeven moment zijn we daarvan afgestapt en hebben we ons tot het hele theaterpubliek gewend. Het was wel nog altijd een parodie op de klassieke muziek, maar zo gemaakt dat die algemeen begrijpelijk was. We zoeken het nu meer in eenvoud, vroeger wilden we toestand. Eenvoud is veel geraffineerder".

Met wie werkt u samen?

"Vijf musici zijn in vaste dienst. De pianist Laurens van Rooyen met wie ik altijd ben opgetreden. Gerard Stellaard, die ontwikkelt zich tot een van,, de beste Nederlandse arrangeurs. Tonnie Koning, de drummer die komt uit het beatwezen, maar hij is ook con- servatoriumleerling. De fluitist Erik van der Wurf en de bassist Bert Du- caat. Ze maken een soort muziek dat opvalt. Die krijgt ook altijd aandacht van de pers. We zijn stuk voor stuk klassieke musici met jazz-neigingen".

BEWEGING

Hoe ziet uw programma er uit?

"Het is een combinatie van beweging, muziek en tekst, allemaal humoristisch, met een paar grote klappers. Ik wil niet uitsluitend rottigheid, ik wil de mensen een plezierige avond bezorgen. Toch begin ik langzamerhand wel een paar dingen te zeggen. Volgens het schema: vermaak, terugduiken in de werkelijkheid, weer vermaak, terugduiken in de werkelijkheid, weer vermaak. Als je uitsluitend rottigheid brengt zie je het niet meer".
..Ik breng een nieuw liedje van Juiles de Corte, over de doden in het verkeer, in ViŽtnam en hoe ze in de hemel aankomen. Bezinnend. Wat kun je aan zo iets als ViŽtnam doen? Je bent machteloos". U zingt dus ook liedjes van anderen? "Ja, andere kunnen vaak veel beter zeggen wat ik bedoel. Als ik iets bedenk en ik vind het dan kant en klaar bv. bij Jean Ferrat, waar ik ongelofelijk van onder de indruk ben, dan kun je zo'n stuk goud toch niet aan de kant laten liggen".

Wat wilt u bij het publiek bereiken?

"Ik roep graag herinneringen wakker. Die herkenning die je merkt, de wisselwerking met het publiek. Dat is het mooiste was er is. Het publiek moet reageren ail is het maar met stilte. Je plant het helemaal, je maakt als het ware een schema op reacties".

U bent niet bang van tv?

"We leven niet in 1936. De artiest van deze tijd moet, vind ik. gebruik maken van de tv en niet in geringe mate ook. Frank Sinatra bv" die is helemaal niet bang dat de mensen niet naar het theater komen als ze hem op tv hebben gezien. Hij brengt een nieuwe lied juist eerst op de buis. Het is daar tot ze doorgedrongen dat .live' iets heel anders is. Theater, dat is uit-zijn.

Is cabaret voor u een vak?

"Voor mij persoonlijk is het belangriik op het toneel. je niet over ,het vak' spreken. Ik heb zoveel lessen gehad van: zo moet je het doen en dan ging het toch pas als ik mezelf in de gevraagde situatie had verplaatst. Je moet het zelf doen". "Als ze het over ,het vak' hebben, gaan ze vaak uit van vakfoefjes. Je leert natuurlijk wel een basis-tech- niek, maar de uitwerking is strikt persoonlijk. Als Kan, Hermans en Sonneveld het over ,het vak' hebben, zijn dat volgens mij in werkelijkheid drie vakken".