Dagblad De Stem
MARJAN MES

Herman van Veen: magisch-modern

2 januari 1970

BREDA Een magische theaterpersoonlijkheid met een stem als een kerkorgel, maar ook als een hyper sensitief viooltje, met een lijf als een circusacrobaat en het hoofd van een hippe vogel, maar tevens van een verstrooide poet anno 1880, beheerste op nieuwjaarsavond in de Stadsschouwburg de Bhne: Herman van Veen; Wie van hem spitse humorteksten om te brullen verwachtte, had beter thuis kunnen blijven, maar wie iets geheel nieuws in de Nederlandse kleinkunstwereld wilde beleven, dat barstte van muzikaliteit en malle fratsjes, was goed uit.


Overigens is Van Veens programma alweer niet zo heel nieuw. Wat hij ook de komende drie dagen nog in Breda doet, was merendeels al eerder te zien in zijn vorige Harlekijn-programma. Hij haalde er alleen wat uit en voegde er een paar nieuwe liedjes aan toe; o.a. Suzanne en Cirkels (The windmills of your mind). Prachtige liedjes, die inmiddels al via de grammofoonplaat genoegzaam bekend zijn.

Van Veens programma lijkt al doende te ontstaan. Op het ene ogenblik kruipt hij boven op de vleugel om daarna zijn stem uit te zetten tot die van een operatenor. Woordjes, zuchtjes, een enkel grapje met een duidelijke frappe, maar meestal met een onduidelijker bedoeling, worden plotseling gevolgd door schitterende met heel vl gevoel gezongen chansons.Voor ons is deze artiest vooral een groot zanger van potische chansons en veel minder humorist. Overigens blijkt dat maar erg betrekkelijk, want er zijn mensen, die zijn gestamel en gekke gebaren wel als eerste klas humor aanvoelen en constant zitten te schokken van het lachen. Een kwestie van gevoel

Het doet er eigenlijk ook allemaal weinig toe, want je merkt dat er een zeer bijzondere persoonlijkheid op het toneel staat. Dat voelde ook de zaal, die steeds vrij stil was, met af en toe een schielijk losgelaten hik of lach, maar duidelijk geboeid werd. Herman van Veen zouden wij het liefst willen vergelijken met een slangenbezweerder. die niets en te'gelijkertijd veel magisch doet met zijn medium. Zoals nog niet eerder in het cabaret (wel in het toneel) treden hier als vanzelf vervreemdingseffecten op, die iets absoluut nieuws en modems manifesteren.
Dat is vooral ook het geval met de muziek, die vaak helemaal niet voorstelt wat je er aanvankelijk van zou verwachten. Er gebeuren daarin vreemde dingen. Van Veen bespeelt zelf ook een aantal instrumenten, waar hij een mixture van herkenbare romantiek en bezwerend geroffel uithaalt, dat in het cabaret nog nooit werd gehoord en op het ongevormd spelen van een kind lijkt, maar toch heel geraffineerd is.
Het doet tevens een beroep op een sociaal soort gevoel voor humor. De begeleiding door een combo onder leiding van Laurens van Rooyen is magnifiek. Wij zijn reuze benieuwd hoe een volgend programma er uit komt te zien. Nu heb je er nog steeds geen zekerheid over of Van Veen zich kan hernieuwen.
In ieder geval wel als. chansonnier en auteur van liedteksten.



MARJAN MES